De verlanglijst van een vluchteling

In Trouw van 9 juli 2019 schreef Petra Vissers over de problemen die vluchtelingen ondervinden om aan het werk te komen. Uit onderzoek van de SER (Sociaal Economische Raad) bleek dat na 3,5 jaar slechts een kwart van de vluchtelingen met een verblijfsvergunning betaald werk had. De Nationale Ombudsman, het Kennisplatform Integratie en Samenleving en de Rekenkamer concluderen ook dat statushouders moeizaam aan het werk komen. Onlangs hield het Kennisplatform een symposium over de oorzaken. Daar werd geconcludeerd dat van de volledige groep Syrische statushouders 15% van de mannen aan het werk is en slechts 4% van de vrouwen. Er is dus ook nog een flinke gendergap. Het Kennisplatform keek naar de oorzaken. Ik ben bang dat een belangrijke oorzaak buiten beschouwing blijft.

Het symposium noemt onrealistische verwachtingen, het ontbreken van een sociaal netwerk, slechte beheersing van de taal en problemen met de gezondheid, waardoor het moeizaam gaat. Veel te weinig statushouders, en dat geldt vooral voor de vrouwen, zijn zelfredzaam. Met cursussen, begeleiding, matching, buddy’s, inburgering en het wegnemen van vooroordelen bij werkgevers kunnen in theorie de meeste belemmeringen worden weggenomen, maar ondanks enorme inspanningen levert dat te weinig resultaat op. De echte bottleneck zit volgens mij in botsende aspecten van culturen.

Culturen kunnen schuren, maar ook botsen

Een inburgeringscursus leert nieuwkomers iets over de Nederlandse samenleving en dat je de waarden daarvan moet respecteren, maar hij leert je niet waar specifiek jouw cultuur botst met die van je nieuwe land. Door meer te denken vanuit de cultuur van de immigrant, kun je aspecten benoemen die niet samengaan met de Nederlandse. Bij het integratieproces concentreren we ons teveel op de verlanglijst van Nederland en te weinig op de verlanglijst van de immigrant. Als op die lijst staat dat hij of zij alle waarden van de eigen cultuur wil behouden, moet daar kritisch naar gekeken worden.

Niet alle mensen uit één land hebben dezelfde cultuur. Er is bijna overal een flink verschil tussen stad en platteland en de waarden en normen van het platteland van herkomstlanden staan het verst af van de Nederlandse. Veel verschillen in gewoontes zijn aan en af te leren, zoals op tijd komen of dat je niet je neef kunt sturen als jij verhinderd bent. Andere verschillen mogen geen probleem zijn, zoals dat je geen alcohol drinkt of leverworst eet tijdens de borrel van de zaak. Daar is wederzijds respect voor de verschillen geboden. De problemen ontstaan vooral als de cultuur van het groepsdenken botst met de cultuur van het vrije individu.

Groepsdruk in de familie

De familie speelt op het platteland van de herkomstlanden een veel grotere rol dan in Nederland. Hier geldt het zelfredzame vrije individu dat zelf verantwoordelijk is voor de eigen keuzen, als de maat der dingen. Twee generaties geleden en ook vandaag nog in delen van Nederland, was dat veel minder het geval. Het is een nieuw verworven vrijheid waarvan veel aspecten inmiddels in wetgeving zijn vastgelegd. De moderne Nederlander is ook nog niet helemaal los van de tradities van de familie: het komt nog veel voor dat de aanstaande bruidegom de hand van de bruid vraagt aan haar vader. En in de huwelijksceremonie draagt de vader zijn dochter over aan de nieuwe eigenaar. De moderne Nederlander heeft meestal een warm gevoel bij familie. Maar als het er op aankomt neemt elk individu zijn eigen beslissingen en wordt dat gerespecteerd door de familie.

In veel culturen is dat andersom. Groepsdruk is daar de maat der dingen. En die gaat ook verder dan de vader van het gezin. Moeder, broers, ooms en tantes, het hele dorp, mannen en vrouwen, zien er op toe dat alles via de tradities verloopt. De Nederlandse wet stelt grenzen aan het straffen van de afvallige, de eerwraak op het meisje dat zich onttrekt aan huwelijksdwang, het molesteren van de broer die homo blijkt… Zo ver komt het meestal niet omdat degene die de vrijheid zoekt zich uiteindelijk toch schikt in zijn of haar lot. Dat lijkt dan een vrije keuze maar het gebeurt wel degelijk met de ultieme dreiging op de achtergrond. Zo ontstaat een tweedeling. Op papier hebben we allemaal dezelfde rechten en vrijheden, maar een deel van de bevolking is niet in staat om die te genieten.

Groepsdruk binnen een cultuur werkt negatief door op de werkvloer. Een jonge vrouw die zich schikt in de beslissingen die haar familie voor haar neemt, heeft daar vaak vrede mee zolang zij omgeven is door gelijkgestemden. Het gevolg is veelal dat zij niet gaat werken, maar als zij dat toch doet en komt te werken in een bedrijf met jonge mensen die hun eigen keuzes maken, is de kans groot dat zij alsnog in de problemen raakt. De druk kan ook komen uit de achterblijvers in het herkomstland. Bijvoorbeeld voor de ‘verplichting’ om een substantieel deel van het inkomen naar het thuisfront te sturen terwijl collega’s leuke dingen doen of werken aan hun eigen ontwikkeling. Dat werkt als een armoedeval die een rustig bestaan in een uitkering aantrekkelijker maakt.

Persoonlijke ontmoetingen

Bij City Safari hebben we vanaf 1998 meer dan honderdduizend persoonlijke ontmoetingen georganiseerd waarvan een groot deel met vluchtelingen en andere migranten. In een goed gesprek delen mensen hun verhaal en vertellen zij tegen welke belemmeringen zij oplopen, maar praten zij ook over belemmeringen die zij meebrengen vanuit hun cultuur en hoe zij daarmee omgaan. Onze ervaring is dat het praten over het opgeven van stagnerende aspecten van de eigen cultuur en tradities helemaal geen taboe is, maar wel dat het loslaten heel moeilijk is. Cultuur is een krachtig en samenhangend systeem waarvan je niet zomaar delen kunt aan- of uitzetten. Essentieel voor zo’n ontmoeting is de gelijkwaardigheid. Het is geen gesprek op het kantoor van de ambtenaar waar wenselijke antwoorden gegeven worden. Het is een persoonlijke ontmoeting in de veiligheid van de eigen woning.

In 1970 werkte ik als magazijnbediende bij Hunter Douglas in de Piekstraat in Rotterdam. De eerste gastarbeiders kwamen en de Nederlanders klaagden dat er steeds modderige afdrukken van werkschoenen op de WC bril zaten. Toch ging niemand naar de Turken toe om uit te leggen dat ze met hun blote billen op de bril moesten gaan zitten. Ondertussen droeg hun toiletgedrag bij aan de weerstand tegen gastarbeiders. Als we vandaag zien dat vluchtelingen waarden meebrengen die in Nederland onhoudbaar zijn en we zijn daarover niet duidelijk vanaf dag één, werken we mee aan problemen in de toekomst. Dezelfde schroom die we hebben om het over het toiletgedrag van een ander, hebben we bij het trekken van een rode lijn in de cultuur van een nieuwkomer.

Over mij

Vanaf 1986 ben ik een zelfstandig ondernemer die oplossingen bedenkt voor de stad op het gebied van toerisme, cultuur en stedelijke ontwikkeling. Ik maakte onder andere de gebiedsplannen voor de West Kruiskade en het centrumdeel van de Nieuwe Binnnenweg. Toen in de negentiger jaren de plannen vorm kregen om het centrum uit te breiden aan de andere kant van de rivier, vroeg de gemeente mij een toeristische attractie te bedenken voor de Kop van Zuid die laaggeschoolde werkgelegenheid zou opleveren voor de volkswijken er achter: Katendrecht, Feijenoord en Afrikaanderplein. Ik bedacht dat de lokale economie veel meer zou profiteren als bezoekers hun geld zouden uitgeven in die wijken. Zo werd het idee voor City Safari geboren. Toen de gemeente akkoord ging, griste Marjolijn Masselink het plan van mijn bureau en maakte er een bedrijf van, dat ver voor de term diversiteit werd gebruikt om Rotterdam te typeren, mensen in staat stelde om verbinding te maken met de ander.

Marjolijn en ik zijn altijd bij elkaar gebleven. We reizen veel en ver om meer van de wereld te begrijpen. In 2014 trouwden we in Timboektoe.

Dit blog is eerder verschenen op: https://www.linkedin.com/pulse/de-verlanglijst-van-een-vluchteling-kees-de-gruiter/